ECLI:NL:CRVB:2021:66
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De Centrale Raad van Beroep heeft appellante meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €131,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald binnen de daarvoor gestelde termijn.
Op grond van artikel 8:41 en Pro 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het niet betalen van het griffierecht binnen de termijn reden om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De Raad heeft vastgesteld dat appellante in verzuim is geweest en dat er geen gronden zijn om het verzuim te verontschuldigen.
De Raad heeft daarom zonder inhoudelijke behandeling van het hoger beroep beslist dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.