Uitspraak
14 december 2018, 17/5975 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, laatstelijk werkzaam als servicemonteur, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding met lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn klachten en dat het maatmanloon onjuist was vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hun conclusies voldoende hadden gemotiveerd. De Raad vond geen aanleiding om het oordeel te wijzigen.
De Raad bevestigde dat appellant medisch geschikt is voor de geselecteerde functies en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht onder de 35% is vastgesteld. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.