ECLI:NL:CRVB:2021:701
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens niet-duurzaam ontbreken arbeidsvermogen op 18e verjaardag
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan, welke door het UWV werd afgewezen omdat hij op zijn 18e verjaardag geen arbeidsvermogen had, maar deze situatie niet duurzaam was. Tijdens de procedure gaf een verzekeringsarts aan dat het niet uitgesloten was dat appellant in de toekomst minimaal een uur aaneengesloten zou kunnen werken, mits adequate begeleiding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond wegens onvoldoende motivering van het UWV, maar handhaafde uiteindelijk het besluit omdat het UWV het motiveringsgebrek had hersteld. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn stagnatie in ontwikkeling lag in zijn persoonlijkheid en capaciteiten, ondersteund met medische rapporten.
De Raad oordeelde dat de medische informatie niet aantoonde dat het ontbreken van arbeidsvermogen op zijn 18e verjaardag duurzaam was. De ontwikkelingen na die datum deden hier niet aan af. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd.