ECLI:NL:CRVB:2021:707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante ontving sinds 1988 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in 1998 werd omgezet in een Wajong-uitkering. Na invoering van de Wajong 2015 heeft het UWV in 2017 vastgesteld dat appellante arbeidsvermogen heeft, waardoor haar uitkering werd verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze verlaging ongegrond, omdat zij onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij niet vier uur per dag en twintig uur per week belastbaar zou zijn. De verklaring van een systeemtherapeut bevestigde psychische klachten, maar bood geen aanleiding om het oordeel van de verzekeringsarts ter discussie te stellen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt en verwees zij opnieuw naar haar psychische toestand en eerdere belastbaarheidsbeoordelingen. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellante arbeidsvermogen heeft en dat de verlaging van de uitkering terecht is. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering van 75% naar 70% van het minimumloon wordt bevestigd wegens vastgesteld arbeidsvermogen.