ECLI:NL:CRVB:2021:723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling mate van arbeidsongeschiktheid WIA na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante was werkzaam als beveiliger en meldde zich in 2013 ziek met lichamelijke klachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na een nieuwe ziekmelding in 2015 en medisch onderzoek werd in 2017 een WGA-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 47,89%, later bij bezwaar vastgesteld op 49,72%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische beoordeling door verzekeringsartsen zorgvuldig en goed gemotiveerd was. Appellante stelde in hoger beroep dat haar beperkingen, waaronder een autisme spectrum stoornis en dysthyme stoornis, waren onderschat, maar de Raad volgde het UWV en de rechtbank.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, dat de functionele beperkingen adequaat waren vastgesteld in de Functionele Mogelijkhedenlijst en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Nieuwe medische informatie gaf geen aanleiding tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante terecht is vastgesteld op 49,72%.