Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd door het college verzocht om gegevens aan te leveren in het kader van een heronderzoek. Hoewel appellant enkele gegevens aanleverde, werden niet alle gevraagde stukken ingediend. Het college schortte de bijstand op en bood hersteltermijnen, maar appellant leverde niet alle gegevens aan en verscheen niet op het gesprek. Het college trok daarop de bijstand in.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat hij de afhaalberichten voor de aangetekende besluiten niet had ontvangen. De Raad onderzocht dit en concludeerde dat het college niet aannemelijk had gemaakt dat de afhaalberichten op het juiste adres waren achtergelaten, mede omdat de berichten naar een ander adres waren geadresseerd.
Hierdoor kon appellant geen verwijt worden gemaakt dat hij het verzuim niet herstelde. De Raad vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat appellant voor de periode vanaf 11 april 2018 tot 11 juli 2018 bijstand wordt toegekend. Voor de periode daarvoor moet het college een nieuwe beslissing nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en kosten van appellant.