ECLI:NL:CRVB:2021:744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag ouderdomspensioen wegens ontbreken duurzame persoonlijke band met Nederland
Appellante is in 1998 vanuit Marokko naar Nederland gekomen voor een operatie en verbleef bij haar zoon. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft haar aanvraag voor een ouderdomspensioen afgewezen omdat zij nooit verzekerd is geweest voor de AOW, met name omdat zij tussen 15 maart 1998 en 1 juli 1998 geen duurzame persoonlijke band met Nederland had en niet als ingezetene kon worden beschouwd.
De rechtbank had dit besluit al bevestigd en oordeelde dat de door appellante aangevoerde omstandigheden, zoals het wonen van haar kinderen in Nederland en haar scheiding, onvoldoende en niet met stukken onderbouwd waren om tot een andere conclusie te komen. De Raad onderschrijft deze beoordeling en benadrukt dat appellante aanvankelijk voor een tijdelijk verblijf kwam en pas vanaf 1 juli 1998 onder de Koppelingswet viel, waarbij zij niet rechtmatig verbleef.
De Raad concludeert dat de Svb terecht heeft geoordeeld dat appellante niet verzekerd was en dat de aanvraag om een ouderdomspensioen terecht is afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om een ouderdomspensioen is terecht afgewezen omdat appellante geen duurzame persoonlijke band met Nederland had en niet verzekerd was voor de AOW.