ECLI:NL:CRVB:2021:748
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging OV-schuld wegens onbillijkheid bij niet-tijdige inschrijving studiefinanciering
Betrokkene kreeg studiefinanciering met een studentenreisproduct toegekend vanaf januari 2017. De minister stelde later vast dat betrokkene van september tot en met november 2017 niet (voltijds) studeerde en daardoor onterecht studiefinanciering en een OV-reisproduct had ontvangen. Een OV-schuld van € 388,- werd vastgesteld omdat betrokkene in die maanden een reisproduct op zijn OV-chipkaart had staan zonder recht daarop.
De rechtbank vernietigde deze OV-schuld omdat het niet tijdig stopzetten van het reisproduct niet aan betrokkene kon worden toegerekend. Dit vanwege het vervallen emailadres gekoppeld aan zijn vader, waardoor betrokkene geen bericht kreeg over het niet bevestigen van zijn inschrijving. Betrokkene had de studie voortgezet in de veronderstelling dat hij was ingeschreven.
De minister ging in hoger beroep en stelde dat betrokkene verwijtbaar had gehandeld omdat hij zijn emailadres niet had aangepast en de procedure kende. De Raad oordeelde dat betrokkene inderdaad verwijtbaar was voor het niet tijdig bevestigen van de inschrijving, maar dat vanwege de bijzondere omstandigheden en de betaling van een schadevergoeding aan de onderwijsinstelling een strikte toepassing van de wet onbillijk was.
Daarom past de Raad de hardheidsclausule toe en bevestigt de vernietiging van de OV-schuld. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, waarmee de OV-schuld op nihil wordt gesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van de OV-schuld en stelt deze vast op nihil wegens toepassing van de hardheidsclausule.