ECLI:NL:CRVB:2017:259
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Geen recht op studentenreisproduct wegens terugwerkende uitschrijving zonder deugdelijke kennisgeving
Appellante werd door de minister bericht dat zij vanaf 1 augustus 2014 niet meer stond ingeschreven bij een onderwijsinstelling, waardoor haar studiefinanciering en het studentenreisproduct werden herzien en teruggevorderd. De uitschrijving vond met terugwerkende kracht plaats en de kennisgeving werd naar een oud adres gestuurd, waardoor appellante niet tijdig op de hoogte was.
De Raad stelt vast dat de minister bevoegd was de studiefinanciering te herzien op basis van de gegevens van de onderwijsinstelling. Echter, het besluit ontbeert een deugdelijke motivering en onderzoek, omdat niet is vastgesteld of appellante kon worden verweten dat zij het studentenreisproduct niet tijdig stopzette.
De Raad wijst op artikel 3.27, derde lid, van de Wsf 2000, dat uitzonderingen mogelijk maakt wanneer het niet tijdig beëindigen van het reisrecht niet aan de rechthebbende kan worden toegerekend. De minister heeft onvoldoende onderzocht of dit op appellante van toepassing is.
Gelet op de omstandigheden, waaronder het ontbreken van contact na mei 2014 en de verkeerde adressering van de kennisgeving, staat niet vast dat appellante op de hoogte had moeten zijn van haar uitschrijving. Daarom draagt de Raad de minister op het besluit binnen zes weken te herstellen.
Uitkomst: De minister wordt opgedragen het besluit te herstellen wegens gebrek aan deugdelijk onderzoek en motivering omtrent het recht op het studentenreisproduct.