Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere uitspraak waarin haar onvoorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim werd bevestigd. Het plichtsverzuim bestond uit het bewust opzetten van een constructie van terugbetalingen in strijd met subsidieregelingen, waarbij informatie selectief werd verstrekt en de constructie niet ter goedkeuring werd voorgelegd.
Verzoekster stelde dat het college een oneerlijke proceshouding had aangenomen en verwees naar documenten uit 2011, een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden uit 2019, en afwijkende verklaringen van een medewerker tegenover de politie. Tevens stelde zij dat het college al langer van plan was haar te ontslaan.
De Raad oordeelde dat de overgelegde documenten uit 2011 reeds bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn, en dat de latere verklaringen en het arrest niet tot een andere uitspraak hadden geleid. De stelling dat het college haar wilde verwijderen was onvoldoende onderbouwd. Het verzoek om herziening werd daarom afgewezen.
De Raad stelde vast dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een nieuwe discussie over de uitspraak te openen zonder nieuwe feiten of omstandigheden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.