ECLI:NL:CRVB:2021:805
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep na overlijden appellant in Wajong-uitkeringszaak
Appellant was in beroep gegaan tegen het besluit van het UWV om zijn Wajong-uitkering per 1 januari 2018 te verlagen naar 70% van het minimumloon. De rechtbank Noord-Holland had het beroep ongegrond verklaard. Appellant stelde hoger beroep in en verzocht tevens om vergoeding van schade.
Tijdens de procedure overleed appellant op 8 augustus 2020. De advocaat van appellant meldde dat appellant zich onttrok aan de procedure. De Raad kondigde de zaak aan in de Staatscourant en hield een zitting op 1 april 2021, waarbij geen partijen verschenen.
De Raad stelde vast dat door het overlijden het procesbelang van appellant was komen te vervallen en dat geen erfgenamen zich als partij hadden gemeld om het geding voort te zetten. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep en het verzoek tot schadevergoeding niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek tot schadevergoeding zijn niet-ontvankelijk verklaard vanwege het overlijden van appellant en het ontbreken van opvolgende belanghebbenden.