ECLI:NL:CRVB:2021:811
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening ouderdomspensioen wegens geen duurzaam gescheiden leven tussen echtgenoten
Appellant ontving vanaf 2016 een ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde. Na melding van zijn huwelijk in 2017 heeft de Sociale Verzekeringsbank (Svb) het pensioen herzien naar een gehuwdenpensioen en de aanvullende inkomensvoorziening ouderen ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat niet was gebleken van duurzaam gescheiden leven.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij en zijn echtgenote nooit een huishouden hebben gedeeld en dat de intentie van het huwelijk niet was gericht op een duurzame relatie. De Raad overwoog dat duurzaam gescheiden leven niet afhankelijk is van samenwonen, maar van het feit of de echtelijke samenleving is verbroken of niet is ontstaan.
De Raad concludeerde dat appellant en zijn echtgenote niet ieder afzonderlijk hun eigen leven leidden alsof zij niet gehuwd waren. De intentie was gericht op samenleven in Nederland, onder meer doordat de echtgenote meerdere keren het inburgeringsexamen heeft afgelegd. Daarom was het herzieningsbesluit van de Svb terecht en slaagde het hoger beroep niet.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ouderdomspensioen wordt terecht herzien naar een gehuwdenpensioen.