ECLI:NL:CRVB:2019:770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat appellanten niet duurzaam gescheiden leven voor AOW-herziening
Appellanten ontvingen ieder een AOW-pensioen volgens de norm voor alleenstaanden. Na het aangaan van een geregistreerd partnerschap op 23 juni 2015 herzag de Sociale verzekeringsbank (Svb) het pensioen met terugwerkende kracht naar de gehuwdennorm en vorderde het te veel ontvangen bedrag terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellanten in hoger beroep stelden dat zij duurzaam gescheiden leefden en het partnerschap alleen was aangegaan om de nalatenschap veilig te stellen.
De Raad beoordeelde of appellanten in de periode van 1 maart 2017 tot en met 16 juni 2017 duurzaam gescheiden leefden. Volgens vaste rechtspraak betekent dit dat ieder zijn eigen leven leidt alsof hij niet gehuwd is en dat deze toestand bestendig is bedoeld. De Raad concludeerde dat appellanten dit niet deden, gezien hun bijna dagelijks contact, wederzijdse zorg, gezamenlijke activiteiten en financiële regelingen.
De Raad oordeelde verder dat de situatie van appellanten niet vergelijkbaar is met eerdere uitspraken waarin duurzaam gescheiden leven werd aangenomen, omdat daar minder contact en zorg was. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd omdat appellanten niet duurzaam gescheiden leven.