ECLI:NL:CRVB:2021:830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-uitkering na zorgvuldige herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante viel sinds 2010 uit vanwege lichamelijke en psychische klachten en ontving een WGA-uitkering van het UWV. Na een verzoek tot herbeoordeling in 2017 stelde een arts beperkingen vast in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en berekende een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%, waarop het UWV de uitkering beëindigde.
Appellante maakte bezwaar en bracht medische informatie in, waaronder een rapport van PsyQ, maar het UWV handhaafde het besluit op grond van een aangescherpte FML en een arbeidsdeskundig rapport. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar lichamelijke en psychische klachten ernstiger waren dan aangenomen, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank. Het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat de nieuwe medische gegevens geen aanleiding gaven tot een andere beoordeling. De Centrale Raad bevestigde de beëindiging van de WGA-uitkering en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.