ECLI:NL:CRVB:2021:849
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en intrekking bijstandsuitkering wegens niet gemelde inkomsten en meer gewerkte uren
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en werd onderzocht naar aanleiding van een anonieme melding over niet opgegeven inkomsten en samenwoning met een partner met inkomsten. Uit onderzoek bleek dat appellant in 2017 regelmatig contante stortingen op zijn bankrekening had die niet waren gemeld en als inkomen moesten worden aangemerkt. Tevens werkte appellant in 2018 meer dagen dan opgegeven, wat leidde tot een hogere inkomstenbepaling dan de bijstandsnorm.
Het college van burgemeester en wethouders van Goirle herzag de bijstand over 2017 en trok deze in per februari 2018. Appellant voerde aan dat de contante stortingen eigen geld waren en dat hij extra dagen werkte om vakantiedagen op te bouwen, met latere betaling. De Raad oordeelde dat inkomen moet worden toegerekend aan de periode waarin arbeid is verricht en dat appellant de herkomst van de stortingen niet aannemelijk had gemaakt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De bijstand werd terecht herzien en ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht en overschrijding van de bijstandsnorm.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en intrekking van de bijstand wegens niet gemelde contante stortingen en meer gewerkte uren dan opgegeven.