ECLI:NL:CRVB:2021:850
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing verzoek vrijstelling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de beslissing van de Centrale Raad van Beroep waarbij zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het niet tijdig betalen van het griffierecht. Appellant stelde dat hem niet de mogelijkheid was geboden om het griffierecht in termijnen te voldoen en dat internationaal recht bescherming biedt tegen ontzegging van toegang tot de rechter wegens financiële omstandigheden.
De Raad overwoog dat het wettelijke stelsel geen betaling in termijnen toestaat en dat vrijstelling van griffierecht alleen kan worden verleend indien het netto-inkomen van appellant en zijn partner lager is dan 90% van de maximale bijstandsnorm voor een alleenstaande, en er geen vermogen is om het griffierecht te betalen. Uit de beoordeling bleek dat het inkomen van appellant en zijn partner hoger was dan deze norm.
De Raad heeft appellant meerdere malen gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en hem een laatste termijn gesteld om te betalen, met de waarschuwing dat bij niet-betaling het hoger beroep niet inhoudelijk zou worden behandeld. Gelet op deze omstandigheden en de wettelijke regels werd het verzet ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.