ECLI:NL:CRVB:2021:852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op nabestaandenuitkering wegens ontbreken verzekering echtgenoot op overlijdensdag
Appellante, geboren in 1966 en met de Marokkaanse nationaliteit, was gehuwd met een echtgenoot die in 1930 werd geboren en in 2018 overleed. Zij vroeg op 3 mei 2019 een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw), welke door de Sociale verzekeringsbank (Svb) op 20 mei 2019 werd afgewezen. Het bezwaar van appellante werd eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellante geen recht had op de uitkering omdat haar echtgenoot op de dag van overlijden niet verzekerd was voor de Anw, aangezien hij niet in Nederland woonde of werkte en er geen sprake was van vrijwillige verzekering of verzekering op grond van een verdrag. Appellante stelde in hoger beroep dat het feit dat haar echtgenoot een ouderdomspensioen en remigratie-uitkering ontving, haar recht op de nabestaandenuitkering rechtvaardigde, mede vanwege haar slechte financiële situatie.
De Centrale Raad van Beroep verwierp deze argumenten en onderschreef de overwegingen van de rechtbank. Er werd geoordeeld dat het niet aannemelijk is dat de echtgenoot verzekerd was voor de Anw op de overlijdensdag en dat het ontvangen van een ouderdomspensioen of remigratie-uitkering geen grond voor verzekering biedt. De financiële situatie van appellante rechtvaardigt geen toekenning van de uitkering. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op nabestaandenuitkering omdat haar echtgenoot niet verzekerd was voor de Anw op de overlijdensdag.