ECLI:NL:CRVB:2021:859
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering toeslag wegens niet gemelde inkomsten uit hondenfokkerij
Appellante ontving vanaf maart 2011 een toeslag van het UWV op grond van de Toeslagenwet. Na een anonieme melding startte het UWV een onderzoek waaruit bleek dat appellante sinds 2011 tot en met 2016 inkomsten had uit het fokken en verkopen van puppy’s, welke zij niet had gemeld. Het UWV beëindigde de toeslag en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij de inlichtingenplicht had geschonden en dat de inkomsten relevant waren voor de toeslag. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het fokken een hobby was, zonder belastbaar inkomen, en dat zij geen boekhouding hoefde bij te houden.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en oordeelde dat de verkoopopbrengsten als belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden moeten worden aangemerkt. Het ontbreken van een boekhouding ligt in de risicosfeer van appellante. Het UWV had een zorgvuldige schatting gemaakt van de inkomsten en kosten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de terugvordering bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van € 46.322,04 bevestigd.