ECLI:NL:CRVB:2021:145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering ZW-uitkering en toeslag wegens niet gemelde werkzaamheden
Appellante ontving een Ziektewet-uitkering en toeslag, maar verrichtte werkzaamheden bij twee werkgevers zonder dit aan het Uwv te melden. Het Uwv herzag de uitkering en toeslag over de periode 30 januari 2017 tot en met 2 april 2017 en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug. Tevens werd een boete opgelegd wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat de werkzaamheden op loon waardeerbaar waren, en dat de boete van 50% van het benadelingsbedrag niet onevenredig was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat geen sprake was van een inbare loonvordering en dat de boete gematigd moest worden wegens aflossingsonbekwaamheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. Het Uwv heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat appellante werkzaamheden heeft verricht die zij niet heeft gemeld, waardoor de herziening en terugvordering terecht zijn. De boete is proportioneel en terecht opgelegd, mede omdat appellante een betalingsregeling heeft getroffen en de boete heeft afbetaald.
De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt de bestreden uitspraak zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening, terugvordering en boete worden bevestigd.