Uitspraak
19.4628 ZW-PV
BESLISSING
18 mei 2018 ten grondslag. In beroep heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep met een rapport van 22 augustus 2019 gereageerd op door appellante ingediende medische informatie.
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar vanaf 22 maart 2018 geen recht meer te geven op een Ziektewetuitkering. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV voldoende zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij medische en arbeidsdeskundige rapporten als basis dienden.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij deze beoordeling. De verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen hebben hun bevindingen helder en consistent geformuleerd, waarbij rekening is gehouden met de door appellante gestelde klachten. In hoger beroep heeft appellante alleen gesteld dat haar beperkingen zijn onderschat, zonder dit te onderbouwen met nieuwe medische informatie.
Het verzoek van appellante om uitstel van de zitting vanwege de coronasituatie is afgewezen, omdat zij niet aannemelijk maakte dat deelname via videobellen niet mogelijk was. De Raad ziet geen reden om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en bevestigt het besluit dat appellante geen recht heeft op een Ziektewetuitkering vanaf 22 maart 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht heeft op Ziektewetuitkering wordt bevestigd.