ECLI:NL:CRVB:2021:876

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 april 2021
Publicatiedatum
20 april 2021
Zaaknummer
19/4372 AOW-V-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:55 AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in herzieningsverzoek AOW

De Centrale Raad van Beroep behandelde het verzet van verzoeker tegen de eerdere beslissing waarin het verzoek om herziening van een uitspraak niet-ontvankelijk werd verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Verzoeker gaf in het verzetschrift aan dat het griffierecht wel was betaald en ging inhoudelijk op de zaak in. Echter heeft hij geen feiten of omstandigheden aangevoerd die aantonen dat hij niet in verzuim was met betrekking tot de betaling.

De Raad heeft het griffierecht niet ontvangen en verzoeker heeft dit niet met bewijsstukken onderbouwd. Daarom verklaart de Raad het verzet ongegrond en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

De uitspraak bevestigt het belang van tijdige en correcte betaling van griffierechten voor de ontvankelijkheid van procedures bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

Datum uitspraak: 9 april 2021
19/4372 AOW-V-PV
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, 8:108, eerste lid, en 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het verzoek om herziening tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 29 augustus 2019, 18/105
Partijen:
[verzoeker] te [woonplaats] , Marokko (verzoeker)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
Zitting heeft: C.H. Bangma
Griffier: E.M. Welling
Ter zitting is niemand verschenen

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.

GRONDEN VAN DE BESLISSING

De Raad heeft in de uitspraak van 22 mei 2020 het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet is betaald.
In het verzetschrift heeft verzoeker te kennen gegeven dat hij het griffierecht heeft betaald. Verder gaat verzoeker inhoudelijk op de zaak in.
Verzoeker heeft in verzet geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat hij niet in verzuim is geweest. De Raad heeft het griffierecht niet ontvangen en verzoeker heeft niet met bewijsstukken onderbouwd dat hij het griffierecht heeft betaald.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) E.M. Welling (getekend) C.H. Bangma