ECLI:NL:CRVB:2021:879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het UWV is afgewezen op grond van het oordeel dat zij over arbeidsvermogen beschikt. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd na een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek.
In hoger beroep voert appellante aan dat zij niet in staat is om een uur aaneengesloten te werken en vier uur per dag belastbaar te zijn, mede op basis van een neuropsychologisch onderzoek. Het UWV handhaaft haar standpunt en wijst op de noodzaak van begeleiding, maar stelt dat dit het arbeidsvermogen niet uitsluit.
De Raad volgt het oordeel van de rechtbank en het UWV, waarbij ook een nieuw verzekeringsgeneeskundig onderzoek de eerdere bevindingen bevestigt. De Raad oordeelt dat het neuropsychologisch onderzoek en andere medische stukken het standpunt van het UWV niet ondermijnen.
Daarmee is vastgesteld dat appellante arbeidsvermogen heeft en derhalve niet als jonggehandicapte in de zin van de Wajong kan worden aangemerkt. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de Wajong-uitkering bevestigd.