ECLI:NL:CRVB:2021:888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
De Centrale Raad van Beroep heeft op 9 april 2021 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een beslissing van de rechtbank Amsterdam van 20 december 2019. Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 4 januari 2019, waarin werd geweigerd terug te komen op een besluit uit 1997 dat hem geen arbeidsongeschiktheidsuitkering toekende.
De Raad sluit zich aan bij de rechtbank die oordeelde dat appellant bij zijn herhaalde aanvraag en bezwaar geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden had aangedragen zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De medische stukken die appellant in hoger beroep indiende, werden niet als nieuwe feiten beschouwd omdat deze al bekend waren of eerder waren overgelegd.
Verder was het besluit van het UWV niet evident onredelijk voor zover het de beoordeling van het verleden betreft. Voor zover appellant een beroep deed op toekomstige arbeidsongeschiktheid, ontbrak een deugdelijke onderbouwing. Het UWV was daarom niet verplicht nader onderzoek te verrichten en mocht het verzoek om herziening afwijzen.
De Raad bevestigt hiermee de aangevallen uitspraak en verklaart het beroep van appellant ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om herziening afgewezen.