Uitspraak
19.4232 PW
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen zoals een koelkast, fornuis en matras. Het college wees deze aanvraag af omdat appellant uit zijn bijstandsniveau had moeten reserveren voor deze kosten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad overweegt dat kosten van duurzame gebruiksgoederen incidenteel en algemeen noodzakelijk zijn en in principe uit het inkomen op bijstandsniveau voldaan moeten worden. Alleen bij bijzondere omstandigheden kan bijzondere bijstand worden toegekend. Appellant stelde dat zijn medische en financiële situatie, waaronder schulden en een laag leefgeld, bijzondere omstandigheden vormden. Dit verweer faalt omdat het ontbreken van reserveringsruimte door schulden volgens vaste rechtspraak geen bijzondere omstandigheid is.
Verder oordeelt de Raad dat vervanging van duurzame gebruiksgoederen voorzienbaar is en appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat reserveren onmogelijk was. De eerdere WMO-voorziening voor verhuizing en inrichting doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de afwijzing van de bijzondere bijstand blijft in stand.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt bevestigd wegens het ontbreken van bijzondere omstandigheden.