Uitspraak
19.5245 WUBO
OVERWEGINGEN
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
26 juni 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2180).
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een uitspraak van 8 november 2018 inzake de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Verzoeker betoogt dat de eerdere uitspraak onzorgvuldig was en dat de psychische klachten wel degelijk verband houden met de korte internering tijdens de Bersiap-periode.
De Raad overweegt dat herziening slechts mogelijk is op basis van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak hebben plaatsgevonden, maar niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Het verzoek van verzoeker bevat echter geen nieuwe feiten, maar slechts een eigen interpretatie en nieuwe argumenten, wat niet toelaatbaar is als grond voor herziening.
Verder wijst de Raad de overige klachten van verzoeker over de procesgang en de inhoud van de uitspraak af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het verzoek om herziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de Wubo-uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten.