ECLI:NL:CRVB:2021:92
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens passieve registratie onroerend goed in buitenland
Appellante ontving vanaf 1 januari 2010 een AIO-aanvulling naast een onvolledig AOW-pensioen. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) startte een onderzoek naar haar vermogen in het buitenland en ontdekte een passieve registratie van een appartement in Turkije op haar naam als deeleigenaar. Op basis hiervan werd de AIO-aanvulling met terugwerkende kracht ingetrokken en teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Svb de intrekking en terugvordering voor de periodes vóór 1 oktober 2010 en na 4 juni 2015 niet langer te handhaven. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de passieve registratie in het eigendomsregister voldoende bewijs vormt dat het appartement onderdeel was van het vermogen waarover appellante redelijkerwijs kon beschikken. De enkele stelling van appellante dat zij geen eigenaar was, was onvoldoende.
De Raad vernietigde de eerdere uitspraak en het besluit voor de genoemde periodes, stelde het terugvorderingsbedrag vast op €9.781,46 voor de periode 1 oktober 2010 tot 3 juni 2015, en veroordeelde de Svb in de kosten van appellante. Tevens werd het griffierecht vergoed. Hiermee werd het geschil definitief beslecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit deels vernietigd en het terugvorderingsbedrag vastgesteld op €9.781,46.