Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een aanvraag gedaan voor diverse voorzieningen, waaronder woningaanpassingen en hulpmiddelen. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wees deze aanvraag in april 2020 af wegens vermeende weigering tot medewerking, waarna de rechtbank het beroep van verzoeker ongegrond verklaarde. Na nader onderzoek en overleg verstrekte het college in januari 2021 een aantal maatwerkvoorzieningen.
Verzoeker stelde in hoger beroep dat hij wel degelijk de noodzakelijke medewerking had verleend en dat hij nog steeds belang had bij de beoordeling van het hoger beroep, onder meer ter onderbouwing van een mogelijke civielrechtelijke schadevergoedingsprocedure wegens de onthouding van voorzieningen. De voorzieningenrechter overwoog dat de verstrekte voorzieningen niet in de beoordeling betrokken konden worden en dat de stelling van schade niet aannemelijk was gemaakt.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.