ECLI:NL:CRVB:2021:1415
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in WMO-zaken niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker wenst een geschikte WMO-woning en stelt dat het college van burgemeester en wethouders van Maastricht onvoldoende inspanningen levert en hem misleidt. Hij verzocht de voorzieningenrechter van de Raad om maatregelen te treffen zodat hij snel een geschikte woning krijgt. De voorzieningenrechter kan dit verzoek niet behandelen omdat er geen hoger beroep bij de Raad in behandeling is.
Het procesverloop toont dat het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg niet-ontvankelijk is verklaard. Op grond van de artikelen 8:104, 8:108 en 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht kan de voorzieningenrechter van de Raad alleen een voorlopige voorziening treffen als er een hoger beroep bij de Raad in behandeling is en de voorziening betrekking heeft op dat hoger beroep.
Omdat aan deze voorwaarden niet is voldaan, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard zonder zitting, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Awb. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat er geen hoger beroep bij de Raad in behandeling is.