Uitspraak
17.8288 WAJONG
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.M.M. Chevalier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 april 2021.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontvangt sinds 2002 een Wajong-uitkering vanwege autisme met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV heeft in 2016 vastgesteld dat appellant arbeidsvermogen heeft, wat leidde tot verlaging van de uitkering per 2018 van 75% naar 70% van het minimumloon. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig was en appellant voldoende basale werknemersvaardigheden bezit.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de combinatie van autisme en hoogbegaafdheid en dat hij niet in staat is vier uur per dag te werken. Hij overhandigde diverse medische rapporten ter onderbouwing. De Raad oordeelde dat het eerdere medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat appellant niet was gezien door een verzekeringsarts en recente medische informatie ontbrak. Dit gebrek werd echter hersteld door een onderzoek in 2020.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat appellant wel degelijk arbeidsvermogen heeft, onderbouwd met zijn studieprestaties en dagelijkse activiteiten. De Raad volgde dit oordeel en bevestigde dat appellant over basale werknemersvaardigheden beschikt en een taak kan uitvoeren binnen een arbeidsorganisatie. De verlaging van de Wajong-uitkering is daarmee terecht. Het gebrek in het eerdere besluit werd gepasseerd omdat appellant hierdoor niet benadeeld is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Wajong-uitkering terecht is verlaagd wegens voldoende arbeidsvermogen.