Uitspraak
19 3032 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
9 april 2015 en 22 mei 2015 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 30 oktober 2015 heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 10 augustus 2015 ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om terug te komen op het besluit tot intrekking van zijn bijstandsuitkering, nadat deze was opgeschort wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften. Het college wees dit verzoek af omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangedragen die het eerdere besluit konden wijzigen.
De Raad toetste het verzoek aan de criteria van artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en oordeelde dat de overgelegde documenten, waaronder een brief van de bank en een bankafschrift, geen nieuwe feiten vormden omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat deze niet eerder beschikbaar waren. Tevens werd het argument van appellant dat hij door een woningontruiming zijn administratie kwijt was geraakt, niet voldoende geacht om het besluit als evident onredelijk te bestempelen.
De Raad bevestigde daarmee het eerdere oordeel van de rechtbank Amsterdam en concludeerde dat het college zorgvuldig en gemotiveerd had gehandeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op de intrekking van de bijstand wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.