ECLI:NL:CRVB:2021:973
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging Wajong-uitkering wegens arbeidsvermogen
Appellante ontvangt sinds 2014 een Wajong-uitkering vanwege een ontwikkelingsachterstand en lichamelijke handicap. Het UWV heeft in 2017 beoordeeld dat zij arbeidsvermogen heeft, waardoor haar uitkering per 1 januari 2018 werd verlaagd van 75% naar 70% van het minimumloon. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende onderbouwd zijn en dat appellante ondanks haar beperkingen ten minste vier uur per dag belastbaar is voor eenvoudige werkzaamheden zonder fysieke risico's. Appellante voerde in hoger beroep onder meer aan dat er sprake was van een schending van het gelijkheidsbeginsel en dat een deskundige benoemd had moeten worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV de beoordeling van arbeidsvermogen zorgvuldig en volgens de wettelijke criteria heeft uitgevoerd. De medische informatie van appellante is betrokken, maar leidt niet tot een andere conclusie. De Raad ziet geen schending van het gelijkheidsbeginsel en bevestigt dat appellante arbeidsvermogen heeft. De verlaging van de uitkering is daarmee terecht en het hoger beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van de Wajong-uitkering naar 70% van het minimumloon per 1 januari 2018 is terecht bevestigd.