ECLI:NL:CRVB:2021:989
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldige herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als shiftleader frontoffice en meldde zich ziek tijdens haar zwangerschap vanwege gynaecologische en psychische klachten. Na een initiële loongerelateerde WGA-uitkering werd zij per 2015 in aanmerking gebracht voor een WGA-loonaanvullingsuitkering. Het Uwv heeft in 2018 na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en heeft de uitkering beëindigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, mede omdat de verzekeringsarts op basis van dossierstudie, anamnese en lichamelijk onderzoek een functionele mogelijkhedenlijst opstelde. Appellante voerde aan dat het onderzoek onvolledig was en dat haar psychische en fysieke klachten werden onderschat, mede door de ernstige ziekte van haar zoontje.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. Het medisch oordeel is zorgvuldig gemotiveerd en er zijn geen aanwijzingen dat de beperkingen van appellante onjuist zijn vastgesteld. De Raad benadrukt dat het gaat om medisch objectiveerbare beperkingen en dat het Uwv terecht heeft geoordeeld dat appellante geschikt is voor de geduide functies. Het hoger beroep wordt verworpen en de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WGA-loonaanvullingsuitkering terecht is beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.