Appellant, laatst werkzaam als afwasser/schoonmaker, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn, gebaseerd op een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek.
Appellant stelde in beroep dat zijn beperkingen werden onderschat en overhandigde diverse medische rapporten die zijn ernstige psychische klachten en onvermogen tot arbeid benadrukten. De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige, psychiater prof. dr. Veltman, die concludeerde dat de beperkingen zoals weergegeven in de FML van 15 oktober 2019 een juist beeld geven van de situatie van appellant.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het deskundigenrapport zorgvuldig en overtuigend is en dat het ontbreken van een heteroanamnese geen reden is om het oordeel te verwerpen. De Raad volgt het oordeel van de deskundige en bevestigt dat appellant niet voldoet aan de criteria voor een WIA-uitkering. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.