ECLI:NL:CRVB:2022:1033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet tijdig melden wijziging woonsituatie
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet als alleenstaande. Na een onderzoek van de sociale recherche bleek dat zijn woning op last van de burgemeester was gesloten vanwege de aanwezigheid van verdovende middelen en munitie. Het college trok daarop de bijstand met ingang van 20 april 2018 in omdat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door niet tijdig de juiste afdeling van de gemeente te informeren over zijn gewijzigde woonsituatie.
Appellant had slechts zijn participatiecoach geïnformeerd over het feit dat hij uit zijn woning was gezet, maar dit was onvoldoende. De Raad benadrukte dat de melding aan de participatiecoach niet volstaat en dat de melding aan de juiste gemeentelijke afdeling vereist is. Bovendien moet niet alleen worden doorgegeven dat appellant niet meer op het oude adres verblijft, maar ook waar hij nu woont. Pas op 3 juli 2018 werd de adreswijziging correct gemeld.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen de intrekking van de bijstand ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. Het hoger beroep wordt verworpen en er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet tijdig en niet aan de juiste afdeling van de gemeente zijn wijziging in woon- en leefsituatie heeft gemeld.