ECLI:NL:CRVB:2022:1039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging invaliditeitspercentage 13,33% bij militair met PTSS na uitzendingen
Appellant, voormalig militair, diende een verzoek in voor een militair invaliditeitspensioen vanwege PTSS na uitzendingen naar Cyprus, Bosnië en Irak. De staatssecretaris kende aanvankelijk een invaliditeitspercentage van 10,83% toe, later verhoogd naar 13,33% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat zijn trauma's van het type T2 waren, wat een hoger invaliditeitspercentage en oorzakelijk dienstverband zou rechtvaardigen. De Raad oordeelde echter dat de gebeurtenissen als type T1 trauma's moesten worden aangemerkt, waarbij een verergerend dienstverband geldt. Verder werden betwiste scores op verschillende subrubrieken van de invaliditeitsbeoordeling besproken, waarbij de Raad de verzekeringsarts volgde en de door appellant aangevoerde medische verklaringen onvoldoende vond.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de beperkingen hoger moesten worden ingeschat en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het invaliditeitspercentage van 13,33% en wijst het hoger beroep af.