Uitspraak
OVERWEGINGEN
.Ook eindigt de redelijke termijn op het moment dat het tegemoetkomend besluit is bekendgemaakt als daarna geen intrekking van het hoger beroep plaatsvindt.
Centrale Raad van Beroep
Appellante stelde bezwaar tegen een besluit van het UWV en ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. Tijdens de procedure werd het hoger beroep geschorst en diverse onafhankelijke deskundigen werden benoemd om rapporten uit te brengen. Uiteindelijk trok het UWV op 1 december 2021 de eerdere beslissing op bezwaar in en nam een gewijzigde beslissing die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.
Naar aanleiding hiervan trok appellante op 31 december 2021 het hoger beroep in en verzocht de Centrale Raad van Beroep om het UWV te veroordelen in proceskosten en tot vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad stelde vast dat de totale procedure ruim zes jaar had geduurd, waarbij de redelijke termijn met 27 maanden was overschreden.
De Raad veroordeelde het UWV en de Staat gezamenlijk tot vergoeding van immateriële schade, waarbij het UWV een deel van €185,19 en de Staat €2.314,81 moest betalen. Daarnaast werden beide partijen veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellante. De vergoeding voor het griffierecht werd aan appellante gelaten om rechtstreeks bij het UWV te vorderen.
Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken na gewijzigde beslissing UWV; schadevergoeding en proceskosten toegekend wegens overschrijding redelijke termijn.