ECLI:NL:CRVB:2022:1058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in WIA-procedure
Appellant stelde hoger beroep in tegen een WIA-beslissing van het UWV en verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het UWV kwam met een gewijzigde beslissing op bezwaar volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet, waarna appellant het hoger beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding en schadevergoeding.
De Raad benoemde een verzekeringsarts als deskundige, die een rapport uitbracht waarop partijen reageerden. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van appellant, begroot op € 7.464,80, inclusief kosten voor rechtsbijstand en deskundigenonderzoek.
De redelijke termijn voor de procedure werd overschreden met circa 14 maanden, wat leidde tot een schadevergoeding van € 1.500,-. Deze vergoeding werd verdeeld tussen het UWV (€ 107,14) en de Staat (€ 1.392,86) volgens de methode van de Hoge Raad. Tevens werden de Staat en het UWV elk voor de helft veroordeeld in de proceskosten van appellant met betrekking tot het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak werd gedaan door voorzitter J.P.M. Zeijen op 11 mei 2022.
Uitkomst: Het UWV en de Staat werden veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.