ECLI:NL:CRVB:2022:1059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op 45 tot 55% na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, werkzaam als magazijnmedewerker, viel in 2003 uit wegens psychische klachten en ontving sindsdien een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling door het UWV in 2017 werd de uitkering herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. Appellant stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen, waaronder psychische klachten en medicatiegebruik, onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en dat de belastbaarheid van appellant juist was ingeschat. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De verzekeringsarts had een uitgebreid dossieronderzoek verricht, inclusief medische informatie van diverse behandelaars, en de beperkingen waren adequaat vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Daarnaast is vastgesteld dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn voor appellant, ondanks zijn beperkte lees- en taalvaardigheid en zonder dat er opleidingseisen zijn die hij niet kan vervullen. De Raad concludeert dat het UWV op goede gronden de WAO-uitkering heeft herzien en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering op 45 tot 55% arbeidsongeschiktheid.