ECLI:NL:CRVB:2022:1064
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV en proceskostenveroordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure heeft het UWV op 7 december 2021 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarmee het volledig aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.
Naar aanleiding hiervan heeft appellant bij brief van 11 januari 2022 het hoger beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV. Het UWV heeft geen verweerschrift ingediend en partijen stemden in met het achterwege laten van een zitting.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 8:75a Awb in geval van intrekking wegens tegemoetkoming het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand en gedeeltelijke vergoeding van kosten van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De administratiekosten van het Expertise Instituut worden niet vergoed, en appellant kan het betaalde griffierecht rechtstreeks bij het UWV verhalen. De uitspraak is gedaan op 11 mei 2022 door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Hoger beroep ingetrokken en UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellant.