ECLI:NL:CRVB:2022:1088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag hoog persoonlijk kilometerbudget ondanks medische situatie appellant
Appellant, geboren in 1953, beschikt over een Valys-pas met een laag persoonlijk kilometerbudget (pkb) en een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder. Hij heeft bij de FMMU een aanvraag ingediend voor een hoog pkb, die bij besluit van 27 maart 2019 en na bezwaar op 8 april 2019 is afgewezen vanwege zijn bezit van een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond omdat appellant volgens het Indicatieprotocol Hoog Persoonlijk Kilometer Budget in beginsel niet in aanmerking komt voor een hoog pkb wanneer hij een gehandicaptenparkeerkaart bestuurder heeft. Appellant kan gebruik maken van alternatieve vervoersmiddelen, zoals de auto van zijn zus die hij bestuurt.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen eigen auto heeft, de auto van zijn zus niet onbeperkt kan gebruiken, en dat hij de gehandicaptenparkeerkaart bestuurder nodig heeft vanwege zijn functie als bewindvoerder van zijn gehandicapte neef. Tevens stelde hij dat hij vanwege zijn medische situatie niet met de trein kan reizen. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank dat deze omstandigheden onvoldoende zijn om af te wijken van het uitgangspunt in het Indicatieprotocol.
Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om een hoog persoonlijk kilometerbudget.