ECLI:NL:CRVB:2022:112
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep door CIZ
De Centrale Raad van Beroep behandelde het hoger beroep van het CIZ tegen een uitspraak van de rechtbank Overijssel. Het CIZ had het hoger beroep ingetrokken naar aanleiding van eerdere uitspraken van de Raad. Betrokkene verzocht om een proceskostenveroordeling tegen het CIZ.
De Raad overwoog dat artikel 8:118 Awb Pro bepaalt dat bij intrekking van hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek kan worden veroordeeld in de proceskosten, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordoen. Het CIZ voerde aan dat vanwege het tegemoetkomen van het bestuursorgaan geen proceskostenveroordeling moest volgen, maar de Raad vond geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen.
De Raad veroordeelde het CIZ daarom in de proceskosten van betrokkene, begroot op €1.518,- voor verleende rechtsbijstand. Reiskosten van de gemachtigde kwamen niet voor vergoeding in aanmerking omdat betrokkene zelf via video deelnam en het Besluit proceskosten bestuursrecht geen vergoeding voor professionele gemachtigden voorziet.
De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Otten en griffier K.R. van Renswoude op 13 januari 2022.
Uitkomst: Het CIZ wordt veroordeeld tot betaling van €1.518,- aan proceskosten van betrokkene na intrekking van het hoger beroep.