ECLI:NL:CRVB:2022:1138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig beveiliger, ontving sinds 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering wegens 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2017, op verzoek van de werkgever, stelde het UWV vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de WIA-uitkering per 9 juli 2018.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende onderbouwd was en de door appellant aangevoerde extra beperkingen niet met medische stukken waren onderbouwd. Ook de door appellant ingeschakelde arbeidsdeskundige werd niet gevolgd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen, met name op sociaal en emotioneel vlak, onderschat waren en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het UWV de beperkingen deugdelijk en navolgbaar had gemotiveerd in de Functionele Mogelijkhedenlijst van 21 juni 2017 en dat de medische beoordeling niet onjuist was. De brief van de psychiater uit 2022 bood geen nieuwe inzichten die tot een ander oordeel konden leiden.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.