ECLI:NL:CRVB:2022:1147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als callcenter medewerker, meldde zich ziek met psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep terecht geen extra beperkingen aannam die tot een urenbeperking zouden leiden. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat geen psychologisch onderzoek had plaatsgevonden en vroeg om benoeming van een deskundige psychiater.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het onderzoek door de verzekeringsarts volgens de geldende standaarden heeft plaatsgevonden, inclusief het betrekken van informatie van de behandelend psychiater. Het ontbreken van een spreekuurcontact met de verzekeringsarts bezwaar en beroep doet hieraan niet af. De Raad onderschrijft dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld en dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd waarom de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.