ECLI:NL:CRVB:2022:1157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV wegens onvoldoende zorgvuldigheid medisch onderzoek bij WIA-uitkering
Appellante, die sinds 2010 arbeidsongeschikt is, kreeg aanvankelijk een WGA-uitkering toegekend, die in 2015 werd beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na meldingen van toegenomen klachten in 2016, 2017 en 2019 weigerde het UWV opnieuw een WGA-uitkering toe te kennen, gebaseerd op medische onderzoeken door een niet-geregistreerde arts. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante ongegrond, stellende dat de onderzoeken zorgvuldig waren.
In hoger beroep betoogt appellante dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, omdat zij niet is onderzocht door een geregistreerde verzekeringsarts tijdens de bezwaarprocedures, wat volgens de jurisprudentie vereist is. Het UWV verdedigt zich met het argument dat een fysiek spreekuur geen toegevoegde waarde had vanwege eerdere onderzoeken en beschikbare medische informatie.
De Raad oordeelt dat het ontbreken van een onderzoek door een geregistreerde verzekeringsarts in de bezwaarprocedures de vereiste zorgvuldigheid schaadt. De motivering van het UWV om af te zien van een spreekuurcontact wordt niet gevolgd, mede omdat de medische informatie vooral betrekking heeft op eerdere situaties en niet op de actuele klachten. Daarom worden de aangevallen uitspraken vernietigd en worden de besluiten van het UWV vernietigd. Het UWV wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen met een zorgvuldiger onderzoek. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De besluiten van het UWV worden vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en het UWV wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen.