ECLI:NL:CRVB:2022:1181
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening opvang op grond van Wmo 2015 wegens voldoende doenvermogen en huisvestingsprobleem
Verzoeker heeft zich gemeld bij het college voor opvang en kreeg een aanvraag afgewezen omdat hij niet beperkt zelfredzaam is. De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Verzoeker stelde hoger beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De Raad stelt dat het ontbreken van feitelijk onderdak niet automatisch recht geeft op een maatwerkvoorziening opvang volgens de Wmo 2015. Deze is bedoeld voor personen die niet op eigen kracht of met hulp uit het sociale netwerk kunnen functioneren. Verzoeker heeft volgens de Raad voldoende doenvermogen, blijkt uit het zelfstandig regelen van een vakantie in Turkije, het huwelijk aldaar, het verkrijgen van een plek in een opvanglocatie en het overnachten bij vrienden.
Hoewel er twijfels zijn over het onderzoek van het college, mede omdat medische informatie niet door een medisch adviseur is beoordeeld, is dit onvoldoende reden voor een voorlopige voorziening. Recente medische gegevens tonen verbetering en de verwachting is dat het besluit in de bodemprocedure standhoudt. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker voldoende doenvermogen heeft om zelf in onderdak te voorzien.