ECLI:NL:CRVB:2022:1186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag wegens onduidelijke woonsituatie en inkomensnorm
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een individuele inkomenstoeslag, welke door het dagelijks bestuur is afgewezen vanwege onvoldoende gegevens over zijn inkomen en woonsituatie in de referteperiode van 1 december 2015 tot en met 3 april 2018. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en appellant stelde hoger beroep in.
De Centrale Raad van Beroep beoordeelde dat appellant bijstand ontving gedurende de referteperiode, maar dat het onduidelijk is waar zijn hoofdverblijf was en welke bijstandsnorm op hem van toepassing was. Ondanks dat appellant diverse documenten over zijn verblijfplaatsen en uitgaven overlegde, bleef onduidelijkheid bestaan over zijn woonsituatie en of hij als alleenstaande zonder kostendelers kon worden aangemerkt.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn inkomen gedurende de gehele referteperiode lager was dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Hierdoor voldeed hij niet aan de voorwaarden voor toekenning van de individuele inkomenstoeslag. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De aanvraag voor individuele inkomenstoeslag wordt afgewezen omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij gedurende de referteperiode een inkomen had dat lager was dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm.