ECLI:NL:CRVB:2022:1198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering maatwerkvoorziening opvang op grond van Wmo 2015
Appellante heeft bij het college een aanvraag gedaan voor een maatwerkvoorziening opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college heeft dit verzoek geweigerd omdat appellante in staat wordt geacht zichzelf en haar kinderen van onderdak te voorzien. De rechtbank heeft het beroep tegen deze weigering ongegrond verklaard, stellende dat appellante geen medische of psychische problemen heeft aangetoond die haar belemmeren in het handhaven in de samenleving.
Appellante heeft hoger beroep ingesteld, maar heeft geen nieuwe of andere gronden aangevoerd dan eerder in bezwaar en beroep. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en verwijst naar de uitgebreide motivering in de eerdere uitspraak. De Raad stelt vast dat de Wmo 2015 niet bedoeld is om schaarste op de woningmarkt op te lossen en dat er geen schending is van internationale kinderrechten zoals het IVRK.
De Raad bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing is op 11 mei 2022 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de maatwerkvoorziening opvang bevestigd.