ECLI:NL:CRVB:2022:1211
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in sociale zekerheidszaak
De appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, maar dit hoger beroep werd op 25 januari 2022 niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van ingediende gronden. Namens appellant werd daarop verzet ingediend.
In het verzet bleek dat op 6 september 2021 een regiezitting had plaatsgevonden waarbij de zaken CRvB 21/1834 PW en CRvB 21/1836 PW op zitting waren behandeld. Hierdoor was het niet langer mogelijk om het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren. Hoewel de zaak CRvB 21/1835 PW niet op zitting was behandeld, zag de Raad geen aanleiding om daarin anders te oordelen vanwege de samenhang tussen de zaken.
De Raad verklaarde het verzet gegrond, verviel de eerdere niet-ontvankelijkverklaring en besloot het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond. Appellant krijgt een termijn om alsnog gronden in te dienen. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.