ECLI:NL:CRVB:2022:1215

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 mei 2022
Publicatiedatum
7 juni 2022
Zaaknummer
20/4322 PW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 PWZorgverzekeringswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor stofferingskosten en huisstofmijtwerende matrashoezen bevestigd

Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van het stofferen van haar woning vanwege de huisstofmijtallergie van haar dochter, inclusief laminaat, behang, gordijnen en huisstofmijtwerende matrashoezen en kussenslopen. Het college wees de aanvraag af, behalve een beperkte vergoeding voor stoffering in de slaapkamer van de dochter.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat inrichtingskosten zoals stoffering in principe uit het inkomen moeten worden betaald of gereserveerd, tenzij bijzondere omstandigheden dit verhinderen. In deze zaak zijn geen bijzondere omstandigheden aangetoond die afwijken van dit uitgangspunt, mede omdat de vloerbedekking en het behang al 16 tot 20 jaar oud waren en vervanging voorzienbaar was.

Voor de huisstofmijtwerende matrashoezen en kussenslopen geldt dat deze kosten medische zorg betreffen en dat de Zorgverzekeringswet een passende en toereikende voorliggende voorziening is. Daarom kan op grond van de Participatiewet geen bijzondere bijstand worden verleend voor deze kosten.

Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand voor stofferingskosten en huisstofmijtwerende matrashoezen wordt bevestigd.

Uitspraak

20.4322 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 november 2020, 20/1028 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellante] te [woonplaats] (appellante)
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (college)
Datum uitspraak: 24 mei 2022
Zitting heeft: A.M. Overbeeke
Griffier: A.F. Hulskes
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 mei 2022. Voor appellante is verschenen mr. E.J.M. van Daalhuizen, advocaat. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R. Duivenvoorde.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Het gaat in deze zaak om de afwijzing van een op 21 mei 2019 ingediende aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van stoffering van de woning van appellante. De dochter van appellante heeft een huisstofmijtallergie en daarom moet de woning gesaneerd worden. Het gaat om (het leggen van) laminaat, vervanging van het behang en gordijnen en om huisstofmijt werende matrashoezen en kussenslopen. Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd tot een bedrag van € 1.810,54.
Het college heeft de aanvraag bij besluit van 10 juli 2019 afgewezen. Bij besluit van
16 januari 2020 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellante tegen het besluit van 10 juli 2019 gegrond verklaard in die zin dat alsnog een bedrag van € 257,- wordt verstrekt als gift, voor het vervangen van de stoffering in (alleen) de slaapkamer van de dochter. Ten aanzien van de aanvraag om bijzondere bijstand voor huisstofmijt-werende matras- en kussenhoezen, die voor 50% door de zorgverzekering worden vergoed, heeft het college zich op het standpunt gesteld dat de Zorgverzekeringswet (Zvw) een passende en toereikende voorliggende voorziening is.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Inrichtings-/stofferingskosten
Inrichtingskosten zijn incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Die kosten dienen in beginsel te worden bestreden uit het inkomen van de betrokkene hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Ook als voor het maken van deze kosten in het individuele geval een objectieve noodzaak bestaat kan daarvoor alleen bijzondere bijstand worden verleend als sprake is van bijzondere omstandigheden, die ertoe leiden dat die kosten niet uit het inkomen en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan. Of iemand voor de kosten heeft kunnen reserveren of de kosten via gespreide betaling achteraf kan voldoen, is een aspect dat moet worden beoordeeld in het kader van de vraag of de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Een aanvrager dient in het algemeen de feiten en omstandigheden aannemelijk te maken die nopen tot inwilliging van de aanvraag.
Tussen partijen is in geschil of de niet toegekende vergoeding voor de kosten van stoffering voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Appellante wenst ook bijzondere bijstand voor laminaat in de (gehele) woning en voor nieuwe gordijnen en behang.
In wat appellante ook in hoger beroep heeft aangevoerd zijn geen bijzondere omstandigheden gelegen om af te wijken van het uitgangspunt dat voor inrichtingskosten moet worden gereserveerd. Daartoe is van belang dat de vloerbedekking en het behang in de woning van appellante ongeveer 16 tot 20 jaar oud zijn. Het college heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat vervanging van de stoffering voorzienbaar was en dat appellante die zelf dient te betalen. Dat staat los van de in 2018 opgekomen gezondheidsklachten van de dochter van appellante.
Huisstofmijt-werende matras- en kussenhoezen
Voor medische en paramedische zorg is de Zvw een toereikende en passende voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van ‒ nu ‒ de PW. In deze regelgeving is in het algemeen een bewuste keus gemaakt over de noodzaak van het vergoeden van de kosten. Dit is vaste rechtspraak (uitspraak van 16 februari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL7320).
De kosten van huisstofmijt-werende matras- en kussenhoezen zijn kosten van medische zorg. Anders dan appellante heeft betoogd, heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat de Zvw ten aanzien van deze kosten een voorliggende voorziening is, zodat op grond van artikel 15, eerste lid, tweede volzin, van de PW bijzondere bijstand voor deze kosten niet mogelijk is.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt daarom bevestigd. Dit betekent dat de afwijzing van de aanvraag om bijzondere bijstand in stand blijft.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) A.F. Hulskes (getekend) A.M. Overbeeke