ECLI:NL:CRVB:2022:1221
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante was werkzaam als onderwijsassistent en meldde zich ziek wegens diverse klachten na een buikoperatie en het overlijden van haar moeder. Het UWV oordeelde dat zij geschikt was voor haar eigen werk en weigerde een Ziektewetuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de functie van onderwijsassistent als 'zijn arbeid' geldt en dat het medisch onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar eigen werk eigenlijk helpende zorg en welzijn was, waarvoor zij wel was opgeleid, en dat zij door haar fysieke en psychische klachten niet in staat was haar werk uit te voeren. Een rapport van een bedrijfsarts stelde motorische beperkingen vast die niet waren onderzocht door het UWV.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep reageerde adequaat en motiveerde dat de motorische klachten niet waren geclaimd bij ziekmelding, dat er geen medische afwijkingen waren die de klachten verklaarden en dat appellante per datum in geschil geschikt was voor haar werk. De Raad oordeelde dat het UWV terecht heeft geoordeeld en bevestigde het bestreden besluit. De proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een Ziektewetuitkering omdat zij geschikt is voor haar eigen werk.